Saai

Saai, een van de mooiste woorden die ik ken. Hoe je het schrijft, die mooie bevallige s, gevolgd door een dubbele openende aa, en aan het einde de kordate i. Saai, saai, saai, schrijvend, met de hand mooier dan met het toetsenbord.
Toen ik, bijzonder lang geleden, nog voor de klas stond en op vrijdagmiddag de eer had om als laatste dubbel lesuur wiskunde te geven aan vmbo’ers, werd elke les opgevrolijked met het woord saai. Vrolijk voor mij dan, niet voor de heren die klem zaten tussen de verlokkingen van het weekend aan de ene kant, en de instinctieve drang om hun ouders die voor de prive-school betaald hadden gelukkig te maken, aan de andere kant.
Ergens daartussen stond ik met de opdracht om de eindexamenstof wiskunde in de breinen van de leerlingen te laten wortel schieten. Het lag overigens niet aan het vak wiskunde, ook het vak Nederlands als eerste uur na het weekend kreeg het label: saai.
Deze jongeren met hun beetje soms onwillige ambities om het volwassen-in-bezit-van-diploma-dom te bereiken leerden me hoe mooi saai is.
Saai is namelijk niets. Op elke vraag van mij, maar wat is dan saai? Kreeg ik opgetrokken schouders. Als ik vroeg, maar hoe voelt dat dan, saai? Ja, gewoon saai. Saai is onbenoembaar, dat maakt het zo’n heerlijk woord.
En wanneer begint saai? Echt kinderen vinden alles leuk, spelen met lego, opruimen, de vloer dweilen… maakt niet uit, ze weten geen onderscheid, het gaat erom dat ze iets doen. Maar ergens in hun opgroeiproces sluipt in hun woordenschat het onderscheid, saai en niet saai.
Saai voor mij betekent dat er in mijn omgeving niks gebeurt wat me afleidt van mijn eigen ongewenste gevoelens die om onbekende reden omhoog borrelen. Ik voel met niet zo lekker, vrolijk, gelukkig, tevreden, fantastisch of whatever goed gevoel. Ik voel iets anders, iets onrustigs, iets knagends en daar wil ik vanaf.
Mijn leerlingen hadden dat vermoed ik ook, een diep verontrustend onprettig gevoel dat deze wiskundesom zeker niet spontaan tot een goed einde gebracht gaat worden op het examen. Dan maar beter: het is saai.
Mijn grootste confrontatie met saai was ergens tijdens mijn qigong training. Dat ik helemaal alleen in mijn huis wel 30 minuten stil moest staan, niet mocht bewegen en ook geen dansbare afleidende muziekjes mocht opzetten. Een staande meditatie doe je staand en je mediteert.
Ik had wel vaker gestaan, en er was van alles te doen om mijn lichaam in de juiste ontspannen houding te modelleren, topsport. Maar ineens werd het rustig van binnen en saai! Het was zo ongelooflijk saai! En toen was het ineens niet meer saai. Saai is voorbij. Soms mis ik saai, maar meestal niet. Saai schrijven blijft een mooi moment. Die heerlijke combinatie van letters. Nooit saai.
Share my story!